Enneagrammatica

Voordat ik counselor werd werkte ik in het bedrijfsleven. Daar merkte ik dat ik veel meer kwaliteiten had op het gebied van mensen dan de techniek waarin ik bezig was. In het bedrijf waar ik werkzaam was werd ik regelmatig vrij gemaakt om niet arbeidsgerelateerde sessies met collega’s te hebben. Ik voelde dat het tijd werd om op werkgebied het roer om te gooien. Zo belandde ik in een loopbaantraject.

Ik werd achter een glimmende pc gezet om vervolgens een paar honderd vragen te beantwoorden die me via een programma werden gesteld. Het doel van deze ondervraging, had de psychologe die mij begeleidde even van te voren uitgelegd. Ze, of eigenlijk, de computer, ging vaststellen welk enneagram-type ik was. Dit kon namelijk erg nuttige informatie zijn bij het bepalen van, wie ik was, welke karaktereigenschappen ik had en wat voor mij de meest geschikte baan zou zijn.

Voor de test begon werd mij op het hart gedrukt, om de vragen eerlijk te beantwoorden. Ik was niet van plan geweest om oneerlijk te zijn, maar deze specifieke aanmaning, kriebelde wel even. Ik overdacht wat eerlijkheid was in dit geval. Iedereen leeft zo met zijn persoonlijke overtuigingen, en eerlijkheid is dan ook eerlijkheid gezien vanuit ieders persoonlijke perspectief. Tijdens het beantwoorden van de vragen bekroop mij regelmatig het gevoel dat ik soms een keuze maakte tussen zaken, die ikzelf wenselijk vond, maar waar ik wellicht niet eens zelf naar leefde. Ook de woordkeuzes zette mij soms op het verkeerde been. Na afloop van de test merkte ik op dat de waarde die aan de woorden hing erg persoonsafhankelijk waren, maar mij werd verzekerd dat, doordat het zoveel vragen waren, statistisch gezien de afwijkende antwoorden, in het niets zouden verdwijnen.

Wat later zat ik ietwat onderuitgezakt in een comfortabele stoel met een aardige cappuccino toen de psychologe kwam aanlopen met de resultaten. Het een en ander was geprint op een gekleurde A4, met hierop een diagram in de vorm van een cirkel met 2 uitspringende punten, die ongetwijfeld mijn gevoelswereld moest voorstellen. De psychologe wees naar het hoogste punt en zei: “Kijk, je bent een wereldverbeteraar”, schoof vervolgens met haar pen naar de iets minder hoge punt en vervolgde “met op een duidelijke tweede plek, de levensgenieter”. Ik dronk het laatste beetje cappuccino op, voelde me even inderdaad die levensgenieter, en ging rechtop zitten.

“Ben ik een wereldverbeteraar, of wil ik dat graag zijn?” vroeg ik wellicht iets te snugger.

– “Nee, je bent het “type” wereldverbeteraar”. Ze legde nogal de nadruk op “type”.

-“Oh…” zei ik zachtjes. Ik wist eigenlijk niet goed wat ik met deze informatie aan moest, maar gelukkig werd er kordaat opgetreden. “We zullen eens kijken welke banen bij jou passen”. Er kwam een map tevoorschijn met hierop in grote letters “De wereldverbeteraar”. Eerst werden er een aantal karaktereigenschappen opgelepeld, mijn valkuilen, mijn aversies en stimuli. Ja hoor, dit was ik, met al mijn onhebbelijkheden. Hierna volgde het arbeid gerelateerde hoofdstuk waarvoor ik was gekomen. Een groot scala aan banen werd mij voorgelegd. Geïnteresseerd keek ik mee. Het waren inderdaad eigenlijk wel leuke jobs, maar eigenlijk niets sloot aan bij mijn ervaring, wat niet geheel onbelangrijk was.

“Tsja….” zei de psychologe een uurtje of wat later. “Misschien kun je toch maar gewoon beter in je oude vakgebied blijven”. Met het mooie diagram onder de arm ging ik naar buiten. Het zonnetje scheen en potverdorrie, ik schoot meteen weer door in die rol van levensgenieter.